Elisabeth van Culemborg (1475-1555)

Elisabeth van Culemborg is de eerste gravin van Hoogstraten. Zij was de dochter van Jasper, heer van Culemborg, van Weerde, van Borsselen, van Zuylen en van Hoogstraten, en van Johanna de la Roche, van Bourgondië. Johanna was via de bastaard Antoon van Bourgondië de kleindochter van Philips de Goede.

In 1501 huwt zij Jan van Luxemburg, Gulden Vliesridder uit de naaste omgeving van de vorst Philips de Schone. Na de dood van haar vader Jasper, aanvaarden Elisabeth en haar gemaal in 1504 het bewind over Culemborg en Hoogstraten.  In 1508 overlijdt Jan van Luxemburg.

Elisabeth hertrouwde niet lang daarna met de goede vriend en testamentuitvoerder van Jan, Antoon de Lalaing, in 1509. Deze ambitieuze diplomaat zal mede hierdoor uitgroeien tot een machtig persoon in de Nederlanden.

In de Nederlandse teksten wordt ze Elisabeth geheten, aan het Bourgondisch Hof waar het Frans de voertaal is, noemt men haar Ysabeau en in Latijnse teksten wordt ze vermeld als Isabella. Vandaar dat op de kerk van Hoogstraten haar letter Y terug te vinden is. Haar lijfspreuk als hofdame was: “ne moi aultre”, niet ik maar de ander.

Na de dood van haar man Antoon, verhuist ze van Hoogstraten naar Culemborg waar ze als weduwe haar thuisstad als een klein privérijk bestuurt. Vlak voor haar dood in 1555 wordt Culemborg nog verheven tot graafschap. Hieruit blijkt wel de goede verstandhouding tussen haar en keizer Karel V.